Doe mij maar een kopje koffie.
Ja, gewone graag.
Oh en doe er ook maar een klein feestje bij.
Doe mij maar een kopje koffie.
Ja, gewone graag.
Oh en doe er ook maar een klein feestje bij.
Dat zij naar de begraafplaats gaat
omdat haar man vandaag 83 zou worden.
En dat hij dan vraagt
‘oma, mag ik mee?’
Dat zij haar hand even op de steen legt
omdat ze dat altijd doet.
En dat hij dan vraagt
‘oma, mag ik iets voor opa zingen?’
Dat zij hem door zijn haar aait
En dat hij dan zingt
‘lang zal opa leven’.
A: Vulpen
Is ‘ie leeg
Vul je pen
Zo simpel is het
B: Is alles klaar?
A: Stapelbed
Geen ruimte?
Stapel je bed.
Zo simpel is het
B: Ik heb een rondje met de hond
A: Zo simpel is het
B: Ik heb de vuilnis netjes buiten
A: Vuilnisbak
Geen eten?
Bak vuilnis
B: De deur tweemaal op slot. Je weet maar nooit
A: Zo simpel is het
B: Ik heb de glazen met een theedoek
A: Steelpan
Geen geld?
Steel een pan
B: Ik heb het buitenlicht gelaten
A: Dagboek
Heb je het druk
Boek een dag
B: Ik heb alle lege flesjes in het krat
A: Zo simpel is het
B: Ik heb de vorken bij de vorken
A: Snijplank
Geen hout?
Snij een plank
B: En de lepels bij de lepels
Ik ben klaar
Zie je
A: Zo simpel is het
B: Nu moet je zeggen dat je van me houdt
Nu moet je me kussen en zeggen dat ik ongelofelijk ben
Zoals je me gister ook kuste
En zei dat je van me hield
Kus me alsof je van me houdt
A: Zo simpel is het
B: Zo simpel is het
(Delen van de tekst zijn van Maarten van Roozendaal)
Het was nog maar net lente
en het rook naar vers
geaaid gras
Het was nog maar net lente.
Het rook naar vers gemaaid gras
en waspoeder.
De was werd opgehangen.
Het was een naar gezicht.
Ik ken een sterk verhaal
Het is op het strand
Er is een man
En er zijn ook heel veel vissen
Op het strand.
De man bukt
Hij pakt één vis
Hij geeft de vis een kus
Hij gooit de vis in zee
De vis is blij
De man bukt weer
Pakt weer één vis
Hij geeft de vis een kus
Hij gooit de vis in de zee
Weer blij
Dan komt daar een andere man
Hij zegt:
Kijk nou toch eens om je heen, man
Kijk dan hoeveel vissen er nog zijn, man
Jij pakt steeds één vis
Je geeft die vis een kus
Je gooit die vis in zee
Dat helpt toch helemaal niets, man
De man bukt weer
Pakt weer één vis
Hij geeft de vis een kus
Hij gooit de vis in zee
En zegt:
Leg jij dat dan maar uit aan deze vis
Maarten van Roozendaal.
Maan dins,
woens donder.
Vrij zater
zonder.
Poëzie
Zo moeilijk nie
Het kan altijd korter.
Kijk maar.
Het kan altijd.
Zie je.
Het kan.